Participatief besturen: praatbaraken of luistergroepen?

De Standaard pakt dit weekend uit met de boodschap dat de participatieve democratie, een democratie waar de burger directer betrokken wordt bij het beleid, eindelijk volwassen is geworden.
Ook bij Groen&Co staat die participatieve benadering centraal. Meer nog, het is de slogan waarmee Groen&Co naar de kiezer trekt: “Samen beslissen, creatief besturen”. De laatste nieuwsbrief van Groen&Co zet uiteen hoe dit gerealiseerd kan worden. Je vindt ook meer informatie over participatief besturen in Kruisem in het toekomstplan van Groen&Co.

“Volwassen worden”, zoals De Standaard schrijft, is echter meer dan slimmer worden en nieuwe technieken beheersen om de stem van de burger dichter bij het bestuur te brengen. Volwassen worden wil ook zeggen dat je emotioneel groeit, dat je meer empathisch wordt. En ook al bedoelde De Standaard het niet zo, om participatief te besturen, moeten we inderdaad emotioneel intelligenter worden.
Even terug naar de essentie van participatief besturen. Participatief besturen betekent dat je burgers zo rechtsreeks mogelijk laat meebesturen. Die burger is evenwel geen verkozen vertegenwoordiger van de gemeenschap. Een deelnemer van een dorpsraad, wijkcomité of andere inspraakgroep spreekt niet namens een groep maar per definitie namens zichzelf. Hierdoor ontstaat de vraag over hoe je zorgt dat een inspraakgroep voldoende representatieve waarde heeft zodat elke suggestie die aangereikt wordt of elke beslissing die genomen wordt, niet die éne burger met zijn of haar vraagstuk helpt, maar wel de gemeenschap waarvan hij of zij deel uit maakt.

We kennen vandaag enkele evidente oplossingen. Er is de inspraakgroep die afgebakend is op basis van profielrepresentatie zoals de seniorenraad of de jongerenadviesraad. Een groep senioren debatteren over de maatschappelijke vraagstukken die voor hen relevant zijn. Jongeren doen dit vanuit hun invalshoek. Ook gebeurt het dat we zoeken naar een juiste heterogeniteit in een groep (voldoende mannen, vrouwen, ouderen, jongeren, hooggeschoolden, laaggeschoolden…). En in die gevallen waarbij we zonder inspraakgroep alle burgers willen horen, zoeken we naar alternatieve communicatietechnieken. Denk aan de referenda die overal opduiken, de vele vernieuwende inspraakmodellen zoals de G1000, stemenquêtes en discussiefora op sociale media of nieuwswebsites die de stem van de burger naar de bestuurstafel brengt.
Waar we veel minder bij stilstaan, is vanuit welk perspectief al die stemmen, al die mensen, wij allemaal, in het leven staan, en hoe we, doorgaans heel onbewust, onze redenering en onze inzichten opbouwen. Onze eigen ervaring is uiteraard het startpunt. Wat wij hebben meegemaakt, is echter dan wat we vernemen van anderen. Wat ons is overkomen en hoe wij een probleem hebben opgelost, is onze waarheid. En vaak maken we daar DE waarheid van. Ook sociale media maken onszelf belangrijker dan we zijn. Facebookgewijs doen we eigenlijk aan zelfverheerlijking. Uiteraard steken we graag anderen een hart of een duimpje onder de riem, maar hoe fijn is het om dit te doen terwijl anderen toekijken? Of kijkt u soms niet naar wie u nu allemaal gedeeld of ‘geliked’ heeft?

LUISTEREN

Wie ooit advies kreeg van een vriendin of vriend, weet dat deze zelden een antwoord gaf op de vraag die je stelde. De vriend of vriendin luisterde in eerste instantie. In vele gevallen was dit voldoende voor je. Jezelf horen praten tegen iemand die je vertrouwt, brengt soms een inzicht dat ergens verborgen in je frustratie zat. Als die vriend of vriendin al eens praat, dan stelt deze doorgaans vragen. Vragen die je helpen in het begrijpen van wat je dwars zit. En altijd respecteert die vriend of vriendin je gevoel, je boosheid, je verdriet, je frustratie, ook al deelt hij of zij die niet. Je voelt medeleven. Je geraakt opgelucht. Je vindt oplossingen. En doorgaans zat je niet op het marktplein met die vriend of vriendin terwijl iedereen toekeek.

Hetzelfde geldt voor inspraak. Spreken vanuit je eigen grote gelijk is makkelijk. Luisteren zonder vooroordeel, zonder een slim antwoord klaar te hebben, is dat niet. Je wilt immers niet als de domme overkomen. Ik maak me sterk dat wie in een inspraakgroep zit en wie gevraagd wordt om een mening te geven, vooral moet kunnen luisteren en meeleven. Willen we morgen een echt participatief bestuur uitrollen dan moeten we er vooral voor zorgen dat we meer om elkaar gaan geven, dat we meer aandacht hebben voor elkaar. Het is zaak om dergelijk gevoel in een gemeenschap te stimuleren met allerhande initiatieven en met beleidskrachtlijnen die mensen met elkaar verbinden. Het verenigingsleven speelt hier trouwens een grote rol in.

En die nieuwe vergadertechnieken en comités, die vinden we wel.

Please follow and like us:
Scroll naar top